Veel leiders komen deze weken terug van vakantie met hetzelfde gevoel:
‘Ik ga het vanaf nu anders aanpakken!‘
Vóór de vakantie maakten ze lange, tot de nok toe gevulde dagen.
Back-to-back meetings, een eindeloze reeks brandjes om te blussen en snel schakelen tussen allerhande taken en to do’s.
Als leider herken je het vast: je bent er goed in verantwoordelijkheid naar je toe te trekken en je schouders eronder te zetten.
Maar daardoor ben je vaak druk met besluiten die medewerkers ook prima zélf kunnen nemen.
Je lost problemen op die eigenlijk niet op jouw bordje horen te liggen.
Zo raak je als leider steeds verder verwijderd van je eigen taak: leiding geven.
Je bent steeds minder bezig met zaken waarmee je als leider het verschil kunt maken.
Dan heb ik het over zaken als richting geven, keuzes maken en duidelijk zijn over wat je van anderen verwacht.
De verschuiving gaat vaak ongemerkt.
Je bent gewend om je te richten op wat medewerkers nodig hebben en wat er vandaag weer moet worden opgelost.
Onder dat altijd-maar-oplossen-gedrag ligt meestal een diep ingesleten patroon, dat je lang goed heeft gediend:
“Als ik het oppak, weet ik zeker dat het gebeurt.”
Of: “Ik pak dit op want ik wil klaar staan voor mijn medewerkers.”
De behoefte om te helpen, controle te houden of niemand teleur te stellen, maakt dat je steeds weer opnieuw inspringt.
Mijn advies in twee stappen:
1) Maak ruimte in je agenda
Blokkeer iedere week een dagdeel waarin je geen afspraken plant, je mailbox laat voor wat ie is en je telefoon weglegt. Gebruik die tijd om uit te zoomen en jezelf af te vragen: Wat is werkelijk van mij? Waar ben ik verantwoordelijk voor? Wat vraagt mijn rol? En welke taken horen eigenlijk bij iemand anders? Dan kun je je richten op belangrijke leiderschapsvragen.
2) Neem je positie in als leider
Dat betekent dat je moet durven denken: “ik ben de directeur en daar horen andere taken bij”. En dat je moet accepteren dat niet ieder probleem van jou is. Dat je medewerkers aanspreekt op hún rol en verantwoordelijkheid. Oók als het druk is en je de neiging hebt om het tóch weer even zelf te doen.
Dit is geen quick-fix, het vraagt tijd, (vaak) moed en herhaling.
Deze opstarttijd na de zomervakantie is een goed moment om niet alleen anders te beginnen, maar ook iets níét meer te doen.