Negen van de tien directeuren die ik begeleid, hebben moeite met het pakken van hun positie:
Dat klinkt bijvoorbeeld zo:
‘Ik ben wel afdelingshoofd, maar niet de baas.’
‘Mijn medewerkers waarderen mij juist omdat ik een van hen ben.’
‘Als ik de directeur uithang, vinden ze me autoritair.’
‘Het voelt alsof ik een rol moet spelen: de aap bovenop de rots…’
Ik snap die weerstand.
Niemand wil een autoritaire leider zijn die boven de rest gaat staan en alleen maar opdrachten uitdeelt.
Maar je positie pakken is iets anders dan jezelf groter maken of als een bokito door de organisatie heen banjeren.
Het betekent dat je duidelijk onderscheid durft te maken tussen jouw rol en die van je medewerkers.
En dat je daar ook volstrekt duidelijk over bent.
Als directeur heb je andere taken en verantwoordelijkheden dan je medewerkers.
Jij bepaalt de richting, neemt besluiten, geeft opdrachten en verbindt consequenties aan gedrag wanneer dat nodig is.
Niet omdat je meer waard bent, maar omdat dit nu eenmaal bij jouw positie hoort.
Richt je je op de echte leiderschapstaken, dan maak je het meeste verschil voor de organisatie.
Zolang je vooral ‘een van hen’ wilt blijven, blijft een belangrijk deel van jouw werk en daarmee van jouw invloed liggen.
Dan ben je feitelijk een duur betaalde medewerker met te weinig invloed.
Je volle plek als leider pakken, daar werk ik met directeuren aan.
Oók als zij al jarenlange ervaring hebben.
Leiders die hun positie voluit innemen (die het voelen, hardop zeggen en de achterliggende overtuigingen hebben aangekeken) zien opvallende verschuivingen gebeuren.
Ze gaan andere vragen stellen. Ze richten zich op waar zij het grootste verschil kunnen maken. Medewerkers hoeven niet langer te raden waar de grens ligt, wie een besluit neemt of wie ingrijpt als afspraken niet worden nagekomen. Ze weten waar ze aan toe zijn.
Dat geeft rust en ruimte in de hele organisatie.
Niet vanuit autoriteit, maar vanuit duidelijkheid.
En waar directeuren bang zijn dat medewerkers hen te dominant zullen vinden, horen ze juist het tegenovergestelde.
Opluchting: ‘Hè hè, eindelijk ben je gewoon de baas.’