Zekerheden die jarenlang houvast gaven, zijn aan het verschuiven of hebben hun vanzelfsprekendheid verloren.
Welke kant moet het op?
Als leider heb je geen glazen bol.
Toch verwachten jouw mensen wel dat jij de koers uitzet, en hen daarin meeneemt.
Wat kun je dan als leider doen?
Veel leiders voelen de onzekerheid, maar kiezen ervoor die te verbloemen, omdat ze denken dat het hun positie aantast.
Leiders omschrijven het zo: ,,Ik hoor mezelf praten, stelliger en strakker worden,terwijl van binnen de onzekerheid groeit.”
Er ontstaat een zekere verharding, in een poging om grip te houden.
Twijfel is hier niet het probleem.
Juist het verbloemen van twijfel maakt het lastig.
Overschakelen op kracht, terwijl je voelt dat je op drijfzand loopt.
Het is het uit elkaar groeien van binnenwereld en buitenwereld dat knaagt aan het fundament van je leiderschap.
Je neemt besluiten, gaat door, levert, maar intussen ben je innerlijk niet meer verbonden met de koers die je uitdraagt.
Het is allemaal niet meer congruent.
Invloed begint bij jezelf, bij het aankijken naar wat er echt speelt.
Niet toedenken of wegkijken, maar aangaan.
Eerlijk zijn.
Je hoeft niet op elke vraag een antwoord te hebben, maar je moet wel terug durven gaan naar wat er wél vast staat.
Waar blijf je voor staan, ook als het moeilijk is?
Welke zaken heb je helder, en waar zoek je nog naar antwoorden?
Welke oude beloften en zekerheden werken nog en welke moeten er overboord?
Dat moet je eerst zelf helder hebben, daarna kun je anderen daarin meenemen.
Op schijnzekerheden zit niemand te wachten.
Stevig leiderschap gaat niet meer om alle antwoorden hebben.
Het gaat om helderheid en congruentie.
Dát geeft stabiliteit in een buitenwereld waar onzekerheid en verandering de nieuwe constanten zijn.
Wat herken jij?