,,Je voelt het direct in je lijf,” zeg ik vaak tegen de leiders met wie ik werk.
Het zijn leiders die hard werken, altijd doorgaan en vanuit daadkracht taken naar zich toe trekken die niet bij hun rol horen.
Omdat het snel moet, omdat zij het kunnen en omdat stoppen geen optie lijkt.
Tegelijk voelen ze dat dit ‘altijd leveren’ knaagt aan hun invloed.
Ze komen niet toe aan hun eigen taken, raken vermoeid en reageren scherper dan ze zouden willen.
Ze voelen dat ze zelf een belemmering worden voor de groei van hun organisatie.
Hun lijf weet al lang dat er iets niet klopt, dat ze structureel over hun grenzen heen gaan.
Maar hun hoofd overstemt dat.
Nog éven dit, nog éven dat. Nog één stap extra.
Mét spanning in de schouders. Slecht slapen. Kort lontje. Onrust.
Maar die signalen hebben ze leren negeren.
Herkenbaar?
Gebrek aan begrenzing is niet alleen vervelend voor jezelf, het is ook voor de mensen om je heen lastig.
Zij kampen met een leider die zijn of haar positie niet goed pakt en daarmee onduidelijk is.
Wat kun je daar aan doen?
De oorzaak komt vaak uit diepere lagen, het familiesysteem waarin aanpassen, verantwoordelijkheid nemen, doorgaan en aardig zijn belangrijk was.
‘Overlevingsmechanismen’ die je ver hebben gebracht.
Waardoor je bent uitgegroeid tot een daadkrachtige, betrouwbare, loyale leider.
Ook voor mijzelf is dat patroon herkenbaar.
Het is hardnekkig want je doorbreekt het niet zomaar, en het kan op elk moment weer aan de deur kloppen.
Het is een leerproces.
De vraag is daarom niet: hoe word ik een goede leider?
Maar: hoe geef ik leiding zonder mezelf kwijt te raken?
Daar is geen slimme techniek of quick fix voor.
Het is een kwestie van elke keer weer bewust zijn van de signalen die je lichaam al lang heeft opgepikt: hier klopt iets niet.
Zoom uit en stel jezelf dan de eerlijke vraag : wat is hier werkelijk goed voor mij, en wat vraagt mijn rol als leider nu van mij?
Het is een proces van experimenteren.
Iets niet doen wat je normaal wel doet.
Een grens uitspreken zonder hem meteen te verzachten.
Een verantwoordelijkheid laten waar hij hoort, ook als dat ongemakkelijk voelt.
Dat roept vaak de angst op om té streng, té star, té onaardig te zijn.
De vraag is dan ook: kun je oké zijn met die angst?
Mijn uitnodiging: sit with it!
Voel je maar even afgewezen. Niet wegduwen, niet oplossen.
Want wat daar geraakt wordt, gaat over jou, niet over die ander.
En merk dan dat je de volgende dag gewoon weer wakker wordt.
Dat de wereld niet is ingestort.
Het maakt jouw positie juist helder.
Je hebt je plek als leider ingenomen.
Je bent duidelijk geweest.
Zo ontstaat ruimte om je te focussen op de taken die bij jouw rol horen.
En zo ontwikkel je leiderschap dat niet ten koste gaat van jezelf, maar juist steviger wordt omdat je jezelf niet meer verlaat.
Leiderschap zonder jezelf te verliezen.