Een pannetje soep brengen als iemand het moeilijk heeft.
Ben jij iemand die dat doet? Heel mooi en lief.
Het is niet mijn talent.
Toch is geven een belangrijk thema in mijn leven.
Ik geef energie, belangstelling, aandacht.
Niet in een pannetje soep, wel in een belletje voor een echt gesprek.
De inprint uit mijn jeugd is: ‘als ik geef, doe ik ertoe’.
Toeval, of niet, voor de leiders die mijn begeleiding inroepen is dit ook een belangrijk thema.
Altijd leveren, heeft van hen betrouwbare, gedegen leiders gemaakt, die bergen werk kunnen verzetten.
De keerzijde: ze zijn zo druk met geven en het inlossen van alle (hoge) verwachtingen, dat ze nauwelijks meer weten wat ze zelf willen.
Veel van hen hebben onbewust geleerd dat waardering volgt op prestatie.
Dat hun waarde zichtbaar wordt door wat ze bijdragen.
Geven levert veel op: veiligheid, waardering, liefde.
Dus blijven ze geven.
Nóg een tandje erbij.
Nóg een verantwoordelijkheid oppakken.
Nóg een collega helpen.
En nóg een avond doorwerken.
Altijd het beste meisje of jongetje van de klas.
Dat is knap.
Maar de prijs die ze betalen is hoog.
Ze worden steeds meer een speelbal van de verwachtingen van anderen.
En verliezen daarmee invloed.
Want invloed ontstaat wanneer je weet wat belangrijk voor je is, keuzes maakt en daar trouw aan blijft.
Dat begint dus met de vraag:
Wat wil ik eigenlijk zelf?
En die vraag komt meestal niet middenin de drukte, maar juist op momenten wanneer je even vertraagt, zoals op een mooie zomerdag of rond de kerst.
Daarna begint de zoektocht, want het gaat erom te achterhalen waarom deze vraag zo ondergesneeuwd is geraakt.
Want zolang ‘geven’ verbonden is met erbij horen, ertoe doen, erkenning krijgen of gewaardeerd worden, voelt ‘mínder geven’ niet als een logische keuze.
Het voelt als een risico.
Pas als zichtbaar wordt wat dit patroon je ooit heeft opgeleverd én wat het je vandaag kost, ontstaat er ruimte voor iets nieuws.
Voor ‘nee’ zeggen zonder dat het egoïstisch voelt.
Voor een middag vrij nemen zonder schuldvraag.
Een keer géén aandacht hebben voor een ander.
Aandacht voor jezelf en staan voor je eigen behoeften verdwijnen dan niet in de marge van je agenda, maar worden onderdeel van invloedrijk leiderschap.
Je oefent met geven zonder jezelf kwijt te raken.
Dat is niet minder, het is anders.
Zo ontdek je dat je ook van waarde bent op de momenten dat je niets hoeft te bewijzen.
Daar begint voor veel leiders de echte verandering.
Hoeveel ruimte neem jij voor je eigen behoeften?